DISCLAIMER
De content op deze site is bedoeld om kennis over fiscaliteiten die kleven aan de aanschaf, het bezit, en de verkoop van Edelmetaal te verspreiden. De content mag niet worden opgevat als een advies. Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
DISCLAIMER
Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
DISCLAIMER
Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
DISCLAIMER
Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
Ga naar de inhoud

Behandeling Rechtzaken Btw Goud Zilver

_______________________________________
Laatste Update: 1 juni 2021.

Gaande de bezwaarprocedure werd de belanghebbenden een onzekerheid aangedaan, klevend aan het wel of niet krijgen van een Btw-nummer. Het is dan niet vreemd dat belanghebbenden de bemoeienis met de handel in tastbaar edelmetaal tijdens de beroepsfase gaan beperken. Alleen al vanwege de vraag 'ga ik de op factuur betaalde Btw nu kunnen verrekenen, ja of nee?' goed te begrijpen. Een van de belanghebbenden is bovendien Nederlands ingezetene, en Amerikaans staatsburger. Waarom belemmert Nederland hem de vrije doorgang met zijn bezit in het geval hij de grens van de Unie over wil gaan?

Hoe dan ook er begon zich richting belanghebbenden een verwijt te ontwikkelen, het verwijt dat de belanghebbenden onvoldoende zouden deelnemen aan het economisch verkeer. Alsof de Belastingdienst niet zelf de reden leverde dat belanghebbenden zich beperkingen gingen opleggen. Van incidentele verkoop was al lang geen sprake geweest, maar belanghebbenden werden onderdrukt in hun wil de handel uit te breiden of zelfs maar voort te zetten. Verzoeken Voorlopige Voorzieningen artikel 8:81 AWB leidde tot niets goeds, vanuit de ogen van belanghebbenden gemeten. De Rechtbank zag de obstructie niet. Onbegrijpelijk.
Oorspronkelijk werd de behandeling van het Beroep gepland met een enkelvoudig kamer voorgezeten door mr. A. van Dongen. Die planning werd herzien. De zitting werd er een met een meervoudige kamer. De Rechter die eerst de zaak alleen zou behandelen heeft een interessante achtergrond als auteur.

Van de hand van mr. A. van Dongen is de publicatie 'Omzetbelasting: Fiscaal Commentaar'. ISBN oud 9020021060, ISBN nieuw 9789020021066, een uitgave van Kluwer. Van de twee gevoegde Rechters, mr. S.K.A. Efstratiades en mr. C.J. Hummel, is bekend dat deze ook de nevenfunctie van auteur bekleden. Die zijn met publicaties verbonden aan uitgevers als SDU Fiscale en Financiële Uitgevers en FED/NTFR.
Mr. A. van Dongen noemt de regeling voor beleggingsgoud in de bekende publicatie een ingewikkeld dan wel ingenieus systeem. Alle ISBN-publicaties die mij bekend zijn betreffende de regeling bevatten dergelijke onbegrijpbare claims. Allen verwijzen direct of indirect naar 'Omzetbelasting: Fiscaal Commentaar'. En als bronnen voor dat artikel dienen publicaties van ene Terra en ene Frank. Achterwege bleef toetsing aan de parlementaire geschiedenis, de toelichting van de Staatssecretaris, toelichting van de Europese Raad, of de Wetgeving in andere Lidstaten. Woordgebruik als dat van 'ingenieus' en 'ingewikkeld' passen niet bij de recht toe recht aan betekenis van de regeling voor beleggingsgoud.

En nu moesten wij bij een meervoudige kamer verschijnen met Rechters die allen Uitgevers hebben. Uitgevers die bij een bepaalde uitspraak vatbaar zouden zijn voor noem eens wat schadeclaims. Vanwege de samenstelling van een meervoudige kamer moest een Verzoek tot Wraking wel volgen, artikel 8:15 AWB.

Het is voorspelbaar geworden hoe het afliep. Net als iedere poging ondermijning van onze zaak te ontwijken. Bezwaren tegen de twee gevoegde Rechters werden nog ingetrokken zonder beoogd resultaat. Mr. A. van Dongen behoefde geheel niet in te gaan in het waarom van het laten aanstellen van een College met een meervoudige kamer. Er was geen gegronde angst voor vooringenomenheid, zogezegd.

Bedenk goed, bewijs van vooringenomenheid hoeft bij een wrakingsverzoek niet geleverd te worden. Het vermoeden of de zorg dient bewezen te zijn. En dat bewijs leek ons voldoende geleverd. Mr. A van Dongen bestreed zelfs niet de oorsprong te zijn van een aanval op mijn persoon gepleegd vanuit wetenschappelijke kringen. Bij die aanval werd onder andere met betrekking tot mijn uitleg van de regeling voor beleggingsgoud gesteld dat ik met behulp van kronkelige gedachten bij spijkers op laag water was uitgekomen.

Direct daarop hebben wij het Functioneel Parket Amsterdam (Justitie) uitgenodigd om aan te schuiven als belanghebbende in de hoofdzaak. Het College van de Belastingkamer Haarlem werd verzocht van de discretionaire bevoegdheid gebruik te maken dit toe te staan, artikel 8:26 AWB. Vanwege het redelijke vermoeden dat flinke delen van de goudmarkt binnen de Unie in kwade handen is, en dat Nederland daartoe gelegenheid biedt. Vanwege de Verticale Werking van het Unierecht is dit ook een aangelegenheid voor het Ministerie van Justitie. De regeling werd niet voor niets medeondertekend door Justitie. Lees anders artikel 356 Btw-Richtlijn. Ook dit verzoek bleef zonder gevolg, zelfs zonder reactie.

Excuseer ons, daarop hebben wij besloten niet deel te nemen aan het onderzoek tijdens de zitting die nog werd gehouden ten behoeve van het beroep. De aanname dat van de kant van belanghebbenden genoeg inspanning werd geleverd, dat de standpunten niet beter konden worden toegelicht, werd aan het College van de Rechtbank nog wel gecommuniceerd.

De uitspraken behorend bij drie beroepsprocedures zijn van 19 december 2012 en zijn gemakkelijk te vinden via www.rechtspraak.nl. Ook via Google zal het vinden niet moeilijk zijn. De uitspraken van de Rechtbank Haarlem van 19 december 2012 kunnen als volgt worden samengevat:
1) Belanghebbenden zijn in het kader van de 'regeling voor beleggingsgoud' niet aan te merken als belastingplichtige voor de Omzetbelasting;
2) Belanghebbenden zijn niet aan te merken als exploitant van een lichamelijke zaak om daaruit duurzaam opbrengst te verkrijgen in de zin van artikel 9, eerste lid, derde volzin Btw-richtlijn;
3) Belanghebbenden zijn vanwege het motief waarmee belanghebbenden handel drijven, niet aan te merken als handelaar in de zin van artikel 9, eerste lid, tweede volzin Btw-richtlijn;
4) Uitsluitend de bepalingen uit de Btw-richtlijn die zien op het bepalen van belastingplicht zijn van toepassing bij de beoordeling of sprake is van belastingplicht;
5) Een beroep op het beginsel van fiscale neutraliteit slaagt niet aangezien de toepassing van de fiscale neutraliteit beperkt is tot economische activiteiten, terwijl belanghebbenden naar het oordeel van de Rechtbank geen economische activiteiten verricht.

De grond onder de inzet van het middel van Hoger Beroep (hierna samengevat) werd aangelegd. De uitspraak van de Rechtbank deed onze 'Chamberlain-experience' voortduren. De Rechtbank heeft, net als de Belastingdienst eerder, het geschil eerst geherdefinieerd en vervolgens uitspraak gedaan. Op een zodanig manier dat het geschil is behandeld als betrekking hebbend puur op de Regeling. Terwijl het geschil in werkelijkheid zich primair richt op de rechtsvraag wat nu, bij wijze van spreken, voor de Omzetbelasting het verschil zou kunnen zijn tussen een handelaar in edelmetalen en een aardappel- of uienhandelaar.

Ook valt te constateren dat de Rechtbank heeft nagelaten de tussen partijen vaststaande feiten te betrekken, datgene de Belastingdienst niet weersproken heeft. De Rechtbank verzuimt uit te leggen wat het oogmerk dat belanghebbenden zouden hebben met het drijven van diens handel er toe doet. De Rechtbank verzuimt verder te verklaren hoe de handel in tastbare goederen als ondernomen door belanghebbenden mogelijk is, zonder actief deel te nemen aan het economische verkeer, of zonder dat economische activiteiten worden verricht.

Vervolgens, de 'regeling voor beleggingsgoud' geeft geen andere betekenis aan belastingplicht dan artikel 9 Btw-richtlijn. Met de regeling hangen meer specifieke en meeromvattende administratieve voorschriften samen. Het valt te constateren dat de Rechtbank, mr. A. van Dongen, zichzelf en daarmee ook belanghebbenden met een onjuiste, en niet getoetste aanname, in gijzeling heeft gehouden.

De Rechtbank betrekt niet:
- de Parlementaire geschiedenis van de regeling,
- de vanwege de Regeling door de Minister van Justitie gedragen verantwoordelijkheid,
- artikel 356 Btw-Richtlijn,
- het verband met de MOT/Wwft,
- de betekenis van het Btw-identificatienummer,
- de betekenis van het feit dat een regeling voor goud deel uitmaakt van de omzetbelastingregelgeving;
- de toelichting en instructies van de Europese Raad,
- de door belanghebbende besproken motieven om te komen tot invoering van de Regeling in de Omzetbelasting,
- de aanvullende maatregelen die het karakter kunnen hebben van strafmaatregels als neergelegd in artikel 24ba Uitvoeringsbesluit omzetbelasting,
- de Btw-verordening (EG) nr. 1777/2005 17 oktober 2005, pagina 16 punt 46 nadere motivering 3 mei 2012.

De Rechtbank suggereert dat belanghebbenden zouden hebben gesteld dat artikel 352 en 353 Btw-richtlijn een betekenis hebben voor Nederland. Dat werd nu juist bestreden. De praktijken van Nederland alsof deze bevoegd is eigen regels op te stellen ware er vanwege de Btw-richtlijn een 3e of 4e keuze werd met vuur en zwaard bestreden.

En anders dan de Rechtbank stelt hebben belanghebbenden nooit gesteld dat uit het Wetboek van Strafrecht of de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren terrorisme zou voortvloeien dat eenieder die edelmetaal aankoopt belastingplichtige is voor de Btw. Belanghebbenden hebben wel gewezen op de rode draad vervlochten door diverse vormen van regelgeving. De Regeling is slechts onderdeel van die rode draad. Na koop zal worden verkocht; geen andere bedoeling kan aanwezig worden geacht.

De stelling 'dat eindverbruik kenmerkend is voor particuliere handelingen' werd door de Rechtbank geïntroduceerd, alsof die stelling van belanghebbenden afkomstig was. De Rechtbank betrok wederom een oogmerk bij het geding waarover belanghebbenden niet hebben verklaard. De Rechtbank gebruikt nog het begrip 'normaal vermogensbeheer' afkomstig uit de Inkomstenbelasting en van geen belang voor de Btw-wetgeving.

Totaal Kafkiaans.

Dan, na de zogenoemde behandeling van het geschil door de Rechtbank zijn de rechten van ingezetenen al geschonden. Per saldo heeft de Belastingdienst geweigerd de zaak op inhoud te beoordelen, en Rechtbank Haarlem deed feitelijk geen uitspraak over het geschil.
Afspraak maken? Uitsluitend via:
Terug naar de inhoud