DISCLAIMER
De content op deze site is bedoeld om kennis over fiscaliteiten die kleven aan de aanschaf, het bezit, en de verkoop van Edelmetaal te verspreiden. De content mag niet worden opgevat als een advies. Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
DISCLAIMER
Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
DISCLAIMER
Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
DISCLAIMER
Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
Ga naar de inhoud

Gouden Afknapper RO81

_______________________________________
Laatste Update: 1 juni 2021.

Het is inmiddels januari 2014, we zijn zowat 6 jaar onderweg sinds het dispuut ontstond, met 4 jaren van stijgende verbazing over de staat van de rechtstaat. Het Gerechtshof Amsterdam heeft het beroep van de heer X ongegrond verklaard, en de uitspraak van de Rechtbank, en daarmee van de inspecteur bevestigd. Het Hof heeft daarbij in belangrijke mate de overwegingen van de Rechtbank tot de zijne gemaakt. Feitelijk betreft de uitspraak nog slechts een oordeel met betrekking tot de transacties met zilver. De overweging met betrekking tot de transacties met beleggingsgoud is dat belanghebbenden geen recht hebben op een uitspraak, en die ook niet zullen krijgen. Om reden dat aan dat deel (het Hof splitst de zaak in twee delen) van de claim geen financieel belang kleeft, en er dus geen recht op uitspraak bestaat.

Volgens het Hof:
1) heeft de heer X niet voldaan aan zijn bewijslast dat hij economische activiteiten beoogt te verrichten. Er is niet gesteld noch gebleken dat bijvoorbeeld sprake is geweest van enig optreden naar buiten toe;
2) is er aan de kant van de heer X geen sprake van de exploitatie van een lichamelijke of onlichamelijke zaak om daaruit duurzaam opbrengst te verkrijgen;
3) de bepalingen in Titel III van de Btw-richtlijn, artikel 9 e.v., niet bepalend zijn voor de beoordeling van het ondernemerschap van de heer X, en;
4) noch het neutraliteitsbeginsel, noch het feit dat geen eindverbruik heeft plaatsgevonden belastingplicht rechtvaardigen, in het geval de heer X bij de aanschaf van edelmetaal niet meer heeft gedaan dan het louter beheren van zijn vermogen;
5) is vastgesteld dat de heer X heeft gehandeld in goud, maar dit feit geen betekenis heeft, omdat het geschil handelt over een verzoek om teruggaaf ter zake aan de heer X berekende Btw voor de aankoop van zilver.
Van 1) en 2) kan ik zeggen dat in het geval een persoon betrapt was met de handel in auto's, in de mate dat de heer X zich moeide met de handel in zilver, ik voor de autohandelaar als belastingkundige weinig kan doen, in het geval die zich niet voor de Btw heeft laten registreren. Mijn collega was belast met de (geestelijke) verwerking van de uitspraken, ik heb ze pas bij het samenstellen van deze site voor het eerst goed moeten lezen. Ik laat 3) en 4) zonder verder commentaar, en verwijs naar de inhoud van deze site. Vooral punt 5) is op te vatten zijnde een wel heel bijzonder verwijt. Het verwijt dat het Hof naar de heer X maakt van 'u had in relatie tot transacties met beleggingsgoud helemaal geen recht op deze procedure, dus we gaan op dat onderdeel ook geen uitspraak doen'. En een fijne dag nog.

Hoe kan het zijn dat deze serie van uitspraken is gebruikt ter ondersteuning (ook vanwege vakjournalisten) van de bewering dat goud Btw-vrijgesteld zou zijn? Alle Colleges draaien zich af van het onderwerp en weigeren recht op verzoek te leveren. Er is geen enkel College geweest die een uitspraak heeft gedaan, die de bewering rechtvaardigt dat goud Btw-vrijgesteld is. Telkens werden standpunten in spiegelbeeld vastgelegd, waarop een uitspraak werd gefabriceerd. In mijn ogen een rechtstaat onwaardig om ingezetenen die bescherming vanwege Wet zoeken onbeschermd te laten. Met de uitspraak van het Hof ontstaan vijf middelen van Cassatie, en die werden ingezet.

De eerste, die van schending althans verkeerde toepassing van het Recht, in het bijzonder artikel 1 Btw-richtlijn / artikel 1 Wet OB en / of schending van artikel 8:77 AWB. Omdat het Hof ten onrechte, of op gronden die de beslissing niet kunnen dragen heeft beslist dat de heer X wordt uitgesloten van toegang tot het Gemeenschappelijke Btw-stelsel, terwijl van enig verbruik in de context van dit Gemeenschappelijk Btw-stelsel niet is gebleken.

De Tweede, die van schending althans verkeerde toepassing van het Recht, in het bijzonder artikel 9 Btw-richtlijn / artikel 7 Wet OB en / of schending van artikel 8:77 AWB. Omdat het Hof ten onrechte, of op gronden die de beslissing niet kunnen dragen heeft beslist dat de heer X niet als belastingplichtige in de context van het (Gemeenschappelijke) Btw-stelsel kan worden aangemerkt.

De Derde, die van schending althans verkeerde toepassing van het Recht, in het bijzonder artikel 12 Btw-richtlijn en / of schending van artikel 8:77 AWB. Omdat het Hof weliswaar, en terecht, heeft erkend dat het geschil betreft de belastingplicht van de heer X, maar daarbij ten onrecht niet de directe werking van artikel 12 Btw-richtlijn in aanmerking heeft genomen.

De Vierde, die van schending althans verkeerde toepassing van het Recht, in het bijzonder Titel XII, Hoofdstuk 5 Btw-richtlijn / Hoofdstuk V, Afdeling 6 Wet OB en / of schending van artikel 8:77 AWB. Omdat het Hof ten onrechte de regeling voor beleggingsgoud buiten toepassing heeft gelaten voor de beoordeling van het geschil.

De Vijfde, die van schending van artikel 8:77 AWB. Omdat de uitspraak van het Hof moet steunen op de feiten, en het geschil moet betreffen, wat beide niet het geval is gebleken.

Stel nu, dat iemand de regeling voor beleggingsgoud begrijpt zoals wij dat doen. En bij zich zelf denkt, maar dan koop ik toch een ander edelmetaal dan goud met doel de regeling, en daarmee het door de overheid georganiseerde toezicht, te ontwijken. Precies dat zou niet moeten kunnen. Ook namens de heer X werd ingebracht dat de regeling voor beleggingsgoud feitelijk een samenvatting is van de Btw-wetgeving, met flankerende maatregelen voor wie het niet begrijpt. En diegene die het wel begrijpt, die begrijpt ook dat de handel in zeg zilver dan niet plots met heel andere regels kunnen zijn.

En de Europese Raad was het zat met Lidstaten die de Btw-richtlijn niet willen begrijpen, zoals Nederland, en stelde een Verordening op. Een Verordening is weer een bindende regeling. Lees de Btw-verordening (EG) nr. 1777/2005 17 oktober 2005, pagina 16 punt 46, en de uitgebreidere motivering van 3 mei 2012. Het richt zich als voorbeeld op de handel in Nobles, munten van platina, maar wederom is het voorbeeld niet bedoeld om edelmetaal in een andere vorm, of van een andere soort, van regelgeving uit te sluiten.

De heer X kan, net als ieder ander ingezetene, niet zelf vragen om een advies van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Maar het kan rustig gesteld worden dat hier sprake is van een geschil in het kader van Wetgeving van de Unie. Btw-wetgeving is van de Unie, in artikel 9 Btw-richtlijn wordt gesproken over belastingplicht, de Wet OB spreekt van ondernemer. De Hoge Raad had in mijn ogen om advies moeten vragen, of in elk geval kunnen vragen, en dan weten wij hoe het advies had geluid. De Hoge Raad heeft geen reden gezien om het advies in te winnen.

Al die tijd dacht ik nog op een ander te kunnen rekenen, adviseur van de Staatssecretaris en Raadsheer Hoge Raad. Co-auteur van het stuk Fiscale Monografieën, uitgegeven bij Kluwer, en dan met name het 1e deel Hoofdstuk 8.8. 'Goud voor Centrale Banken'. Met risico op schending van copyright kan ik hier niet uit citeren, wellicht is de bewuste pagina nog te vinden op internet. Ik kan wel opmerken dat we niet alleen op het advies van het Hof van Justitie van de Europese Unie hadden willen wachten, maar net zo hadden uitgekeken naar een conclusie van de hand als iemand van Prof. Dr. M.E. van Hilten.

In de Parlementaire geschiedenis van de 'regeling voor beleggingsgoud' komen we een boeiende vraag tegen, gesteld aan de Staatssecretaris: Is er sprake van de invoering van een 'openeinderegeling'? Die vraag kan niet betreffen de belastingplicht voor de Btw zelf, die bestond in 1999 al. De vraag gesteld in de Tweede Kamer kan dan slaan op de angst dat iedere, en dus ook de kleinste handelaar, voorgelichte handelaar kennis neemt van diens belastingplicht. Kennelijk wordt goede voorlichting over de regeling gezien als ongewenst uithangbord voor het Btw-stelsel. Gehoor geven aan die angst betekent dat gelijke gevallen, ongelijk behandeld gaan worden. Namelijk in de gevallen dat er geen sprake is van gebruik of verbruik, en dat binnen een privéhuishouden dat ook niet mogelijk is, transacties toch getroffen gaan worden met de Btw. De opkoper van handelbaren zilver, aan wie een btw-nummer geweigerd wordt, betaalt met de Btw dan feitelijk een soort van Kopvoddentaks.

Mr. M.E. van Hilten en haar coauteur prof.dr. H.W.M. van Kesteren, betogen in de 12e druk Omzetbelasting, dat het doel van de Btw, het treffen van consumptie, alleen verwezenlijkt kan worden als het begrip ondernemer of belastingplicht bijzonder ruim moet worden opgevat. Dat die opvatting nodig is ter bewaking van het neutraliteitsbeginsel, dat anders Btw blijft drukken bij personen die goederen niet voor consumptieve doeleinden gebruiken.

Het is precies dat wat wij gesteld hebben.

Helaas, het werd een RO81 uitgesproken januari 2015. De gedane uitspraken afkomstig het Hof behoefden wat betreft de Hoge Raad geen nadere motivering. Achteraf bezien met de wetenschap van vandaag lijkt het zeker dat de politiek zich heeft weten te nestelen als vaste bewoner, onder het dak van de Rechtspraak.
Afspraak maken? Uitsluitend via:
Terug naar de inhoud