DISCLAIMER
De content op deze site is bedoeld om kennis over fiscaliteiten die kleven aan de aanschaf, het bezit, en de verkoop van Edelmetaal te verspreiden. De content mag niet worden opgevat als een advies. Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
DISCLAIMER
Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
DISCLAIMER
Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
DISCLAIMER
Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.
Ga naar de inhoud

Nederlandse Markt Voor Edelmetalen

_______________________________________
Laatste Update: 1 juni 2021.

De Btw-richtlijn van de Unie staat voor de goudmarkt van een Lidstaat drie regimes toe. Regimes waarbinnen onbewerkt goud als goud of als beleggingsgoud verhandelt kan worden. Twee regimes zijn gekoppeld aan markten die strikt door Wet van de Lidstaat georganiseerd zijn, in overeenstemming met artikel 208 van de Btw-richtlijn. De derde is voorbehouden aan goudmarkten van Lidstaten van de Unie die beschikken over een zogenoemde Gereglementeerde Goudmarkt, artikel 198 Btw-richtlijn. Over de laatste variant kunnen we kort zijn. Het Verenigd Koninkrijk beschikt over een dergelijke markt. En van deze Lidstaat namen we afscheid. En de lezer zal ook niet snel op het idee komen om naar Hongarije te rijden voor het opkopen of verkopen van (beleggings-)goud. Bovendien, zonder Btw-nummer op zak kun je met (beleggings-)goud beter binnen de grenzen van een Lidstaat blijven. Waarom? Omdat bij grensoverschrijding blijkt dat niet voldoen aan Btw-voorwaarden tot heffing van Btw leidt. Dat Goud als tastbaar goed niet van Btw-vrijgesteld is.
Waarom zijn er twee soorten van goudmarkten binnen de Europese Unie, naast de gereglementeerde? Het antwoord laat zich alleen raden sinds we geen toegang hebben tot de notulen van de Europese Raad. Een Lidstaat is de keuze gelaten. Vanwege de Btw-richtlijn moest een Lidstaat bij introductie 1) een regeling voor goud en beleggingsgoud introduceren met het regime inclusief flankerende maatregelen, of 2) een regeling voor uitsluitend beleggingsgoud zonder die maatregelen. En bij deze samenvatting laten we industrieel goud buiten beschouwing. Lidstaten die voor flankerende maatregelen hebben gekozen zijn stuk voor stuk Eurolanden, Lidstaten die niet voor deze maatregelen hebben gekozen zijn stuk voor stuk géén Eurolanden. Zo één op één is het. Dat doet al vermoeden dat de 'regeling voor beleggingsgoud' een politiek belang of politieke ruil vertegenwoordigd.

Op de twee soorten van goudmarkten met een van de twee keuzeregimes van de vorige alinea heersen bijna dezelfde plichten. De regeling betreft immers Europees recht. Een van de plichten is die van de Btw-identificatie van verkoper en koper. Toezicht op naleving van die plicht geschiedt in niet Eurolanden bij de voordeur van de goudverkoper. In alle gevallen bij alle transacties vanaf 1 cent. Zo gaat in Polen het gerucht dat 'particulieren' geen beleggingsgoud kunnen kopen. De werkelijkheid is dat een ingezetene die geen ondernemer voor de winstbelasting is, ook in Polen 'slechts' Btw-ondernemer kan zijn. In elk geval geschiedt in Polen de controle aan de voordeur van de verkoper, en is de Poolse opkoper beschermt vanwege de Wet tegen de gevolgen van het onjuist binnendringen van het Btw-stelsel. Jammer voor de Pool die beleggingsgoud wil kopen als die de Wet niet begrijpt, en zonder Btw-nummer blijft. Die begaat in elk geval geen kapitale fout door op een onjuiste manier het Btw-stelsel binnen te dringen. Polen nodigt het Schaap niet uit voor een gratis barbecue.

In Eurolanden is ieder vrij gelaten om de fout in te gaan, zich niet te houden aan de voorwaarden van de regeling voor beleggingsgoud. Nederland heeft bewust gekozen voor die situatie, en niet voor eigen rekening en verantwoording. Maar voor rekening en verantwoording voor diegene die een veilige haven zoekt, die daarbij onwetend en op een onjuiste manier het Btw-stelsel binnendringt.

Hadden de goudhandelaren sinds de invoering van de regeling voor beleggingsgoud in het jaar 2000 geen informatieplicht richting afnemers? Moreel hebben die handelaren de zorgplicht wat mij betreft in elk geval, er blijkt bijna niets van. Als iedereen op de hoogte raakt van de Btw-voorwaarden die kleven aan transacties met beleggingsgoud, dan krijgt de Belastingdienst het druk met Btw-registraties. Zeker in een tijd dat er zich veel first-time buyers melden. Iets wat in het jaar 2000 nog niet het geval was. Ergens op een van de hoogste verdiepingen van een kantoor van de Belastingdienst is ten behoeve van een praktische uitvoering bedacht; als we nu een onderscheid gaan maken tussen 'particulieren' en handelaren ergo professionele handelaren, en volstaan met een identificatie van de particulier met paspoort of rijbewijs. En als we toch bezig zijn, wat zou het mooi zijn als de ondernemers elkaar de Btw bij bijvoorbeeld transacties met zilver niet langer altijd op factuur in rekening brengen (en dus deels niet langer in de Btw-aangifte door de verkoper als af te dragen laten verwerken), maar in bepaalde gevallen de Btw laten verleggen naar de afnemer. Dan voorkomen we het risico op een tsunami aan Btw-registraties, en zijn we ook (deels) van Btw-fraude af.

Er verschenen teksten op facturen van handelaren als:
'Vanaf 25 oktober 2008 is het niet meer toegestaan Btw te berekenen op facturen die gemaakt worden over de waarde van de ingeleverde edelmetalen. Bron Belastingdienst Hilversum'.

Nederland heeft in strijd met de Btw-richtlijn, en dus in strijd met de rechten van het merendeel van Nederlands ingezetenen, feitelijk gekozen voor géén van de twee keuze-regimes. Diverse regionale Belastingdiensten hebben daarbij ook zelf een set regels bedacht. Alsof er een 3e of 4e mogelijkheid was die de gehele en delen van een edelmetaalmarkt van een Lidstaat regelen kan. Nederland heeft een eigen regime in werking gezet, en regionale Belastingdiensten hebben met behulp van de (afgedwongen) medewerking van de (in ogen van de regionale Belastingdienst) belangrijkste partijen actief op de Nederlandse edelmetaalmarkt dat regime verder kleur gegeven. Samenwerking tussen een Belastingdienst en een belastingplichtige krijgt vorm vanwege een vaststellings-overeenkomst. Dergelijke overeenkomsten zijn gesloten tussen de Belastingdienst en de belangrijke goudsmeden, handelshuizen en handelaren. Dat staat vast.

Echter, een vaststellingsovereenkomst tussen een handelaar en de Belastingdienst beschermt die handelaar, maar niet de afnemer van de handelaar. Een beginnend handelaar die belastingkundige is die merkt de bijzonderheden als gevolg bij de collega-concurrent op. Die voelt de rechtsonzekerheid die samenhangt met de onrechtmatige daad die hem of haar tijdens het handelen in edelmetaal met de collega-concurrent wordt aangedaan. Onrechtmatigheid als gevolg van de deal die de Belastingdienst gesloten heeft met een ander. Maar niet iedere handelaar in edelmetaal is belastingkundig.

Er kleven nog al wat gevaren aan de op deze pagina bedoelde vaststellingsovereenkomsten. Het kan bijvoorbeeld zo maar zijn (geweest) dat een zelfbenoemd professional kopieert wat de marktleider doet. Zo van die weet wel wat die doet. Onwetend over de vaststellingsovereenkomst waarover de marktleider beschikt kopieert de zelfbenoemd professional slechts wat die kan waarnemen. Een recept voor ellende. Zowel voor de copy-cat als ook voor de klant van de copy-cat.

De (regionale) Belastingdienst levert een contractpartij een wanprestatie wanneer deze zelf zou afwijken van de bepalingen van de overeenkomst. Dat kan een verklaring zijn dat zeg in Nijmegen wel Btw-nummers werden verstrekt, en in Amsterdam aan een vergelijkbaar geval niet. Het dossier bevat stukken behorend bij Verzoekschriften Voorlopige Voorziening (artikel 8:81 AWB). Daaruit blijkt dat de Belastingdienst al tijdens de bezwaarfase erkent dat de vaststellingsovereenkomst onrechtmatigheid tegenover ieder oplevert die niet partij is bij een dergelijke overeenkomst. Ook al werd dit belemmeren van ingezetenen bij de vrije handel onderdeel van juridische procedures, rechtsgevolg verkreeg dit fenomeen niet.

Het Nederlandse regime raakt ook de zilvermarkt, in elk geval binnen het grondgebied van de inspectie Hilversum 't Gooi en Amsterdam. De Btw-ondernemer die van de bedoelde vaststellingsovereenkomst niet weet, en zilver teruglevert aan de plek van de toenmalige leverancier, die kan effectief het standaard tarief van 21% mislopen. Die levert zilver, die ontvangt een inkoopverklaring van de opkoper, en ontvangt een vergoeding waarvoor de Btw niet op factuur werd verlegd. Want de terugkopende handelaar, die weegt, stelt het zuiverheidsgehalte en de prijs vast, die verstrekt slechts een inkoopverklaring en geen factuur. De terugkopende handelaar zwijgt of informeert beperkt zolang niets gevraagd wordt, zoals werd afgesproken met de Belastingdienst. De welwillende Btw-ondernemer die onwetend is, die corrigeert ofwel de in aftrek genomen voorbelasting ofwel draagt Btw af. Daarbij vermaakt deze een exclusieve vergoeding tot inclusief Btw ten laste van zich zelf.

Op zich lijkt een deel van deze praktijk voor overig edelmetaal op wat voor (beleggings-)goud georganiseerd werd met Artikel 28l eerste lid onder a. Maar de verleggingsregeling die op een aantal plekken wordt toegepast laat zich niet gemakkelijk raden. Het is niet de standaard verleggingsregeling van artikel 12 Wet OB, maar de verleggingsregeling voor afvalstoffen (!) artikel 24bb Uitvoeringsbesluit OB. Het is geraden deze verlegging alleen toe te passen terwijl de Belastingdienst op de hoogte wordt gebracht. Met de mededeling dat kennelijk niet afgeweken kan worden van de op de markt ontwikkelde (door u, de Belastingdienst) gedragslijn. Want inderdaad, de handelaar die een dergelijke vaststellingsovereenkomst heeft gesloten zal onder geen beding Btw over de inkoop vergoeden. En op andere plekken wordt de margeregeling toegepast. Een regeling die niet bedoelt is voor ongebruikte goederen, een toepassing waarbij ook Btw verloren gaat.

En diegene die van de bedoelde vaststellingsovereenkomst niet weet, de Wet niet kent, en zich voor de Btw bij een transactie met (beleggings-)goud niet correct identificeert, die loopt het risico getroffen te worden door de flankerende maatregelen. Diens (beleggings-)goud kan in essentie geconfisqueerd worden. Btw-naheffing vanwege transacties met zilver hebben een gelijk gevolg.

Ter controle: Goudleveringen aan Centrale Banken blijven als werkelijke uitzondering altijd vrijgesteld van Btw-heffing, artikel 152 Btw-richtlijn. Dat artikel kan in de toekomst nog een bijzondere rol gaan spelen voor diegene die niet luisteren wil.

Let op: van één grote marktpartij is bekend dat de tekst betreffende een dergelijke vaststellingsovereenkomst van documenten als facturen is verdwenen, terwijl er wel een vaststellingsovereenkomst van kracht is.
Raoul R.P. Renique
Afspraak maken? Uitsluitend via:
Terug naar de inhoud